woensdag 10 augustus 2022

KAARTEN MET EYELETS


Eyelets


Eyelets zijn kleine gekleurde holnietjes die je met behulp van een bijpassende tool-kit in de kaart kunt slaan.

Je kunt de eyelets o.a. gebruiken om:

1. verschillende losse onderdelen aan elkaar te bevestigen die dan kunnen bewegen en draaien.

2. vormen (b,.v. stansjes) of papier (b.v. vellum) op een kaart te bevestigen zonder gebruik te maken van lijm of tape

3. een kaart te decoreren in combinatie met bijpassende eyeletvormpjes hart, ster, sneeuwvlok, appel, bloem of blaadje.

4. een mooi gekleurde draad of lint doorheen te rijgen ter decoratie

5. een kaartje, label of een deel van een patroon aan op te hangen.

 




Het plaatsen van de eyelets:

Sla een gaatje op de plaatsen waar een eyelet geplaatst moet worden; gebruik hiervoor het holpijpje uit de tool-kit en een hamer. Druk de eyelet met evt. een vormpje of ander voorwerp door het gaatje, draai de kaart om en sla met de slagpen uit de tool-kit en de hamer de eyelet aan de achterkant dicht. Als ondergrond kan een plaatje hardboard gebruikt worden. (zie tekening)

 


De gebruikte knipvellen  zijn van Marij Rahder Ze bestaan uit verschillende onderdelen die je met eyelets aan elkaar kunt bevestigen. De bewegende delen moeten eerst worden verstevigd.

Het verstevigen gaat als volgt:

Knip de te verstevigen onderdelen globaal uit, plak ze met fotolijm op 160 grams (wit) papier, laat dit goed drogen en knip het vervolgens precies uit. Sla dan de benodigde gaatjes voor de eyelets.

 

 

 

Vellum

Vellum is een doorzichtig gekleurd, evt gedecoreerd papier dat op een ondergrondkaart gebruikt kan worden.

Vellum is moeilijk onzichtbaar te lijmen. Eyelets zijn bijzonder geschikt om het vellum op een decoratieve manier op de kaart te bevestigen.

 



 





 


Sla 2 eyelets in de kaart, plm 5 cm van elkaar. Rijg kraaltjes en letters aan een dun stevig draadje.   Haal de draadjes door de eyeletgaatjes, en plak de draadjes vast met een plakbandje.








    

 - vouw de kaart in de breedte doormidden en vouw weer terug, =dalvouw (1)

- vouw de kaart in de lengte doormidden en vouw weer terug, =dalvouw (2)

- maak van het rechterdeel van deze gevouwen lijn een bergvouw = 2a

- breng op 3 cm van het midden een dalvouw aan en vouw weer terug. (3)

- ril vanuit het midden een rillijn naar de beide uiteinden van de tweede vouwlijn z.g. “figuurnaadjes” en maak hiervan een stevige bergvouw. (4)

- pak nu het rechterdeel van de kaart vast, duw de delen (bergvouw 2a) tegen elkaar, vouw tegelijkertijd het linkerdeel van de kaart (dalvouw 3). Duw het kaartje vervolgens in model. Het linkerdeel schuift over het rechterdeel en vormt een vierkant. De bergvouwen (4) vallen dan vanzelf in model.